Uw kind heeft een ondertoezichtstelling

Soms is de opvoedingstaak te zwaar of bent u (tijdelijk) niet in staat om uw kind op een goede manier op te voeden. De kinderrechter kan dan een ondertoezichtstelling (OTS) uitspreken. Hij doet dit als de zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van uw kind terecht zijn gebleken en de ingezette hulp niet voldoende is om de situatie te verbeteren.

De OTS is een kinderbeschermingsmaatregel waarbij u verplicht hulp en toezicht krijgt bij de opvoeding van uw kind. Die hulp is niet vrijblijvend. Het doel van de OTS is te zorgen voor een verbetering van de opvoedingssituatie van uw kind.

 

Gezinsvoogd

Als de rechter een OTS oplegt, krijgt uw kind een gezinsvoogd toe­gewezen. Die is in dienst van Bureau Jeugdzorg en gaat zich bemoeien met de opvoeding van uw kind. U moet hem betrekken bij alle belangrijke beslissingen over uw kind. U moet zich houden aan de (schriftelijke) aanwijzingen van de gezinsvoogd. In zo'n aanwijzing staat bijvoorbeeld dat uw kind na school nog een aantal uren naar een huiswerkklas moet of bepaalde zorg moet krijgen.

 

Begeleiding bij een Ondertoezichtstelling

Uw gezinsvoogd maakt samen met u en uw kind een plan van aanpak. In dit plan staat beschreven aan welke problemen gewerkt gaat worden. De gezinsvoogd spreekt met u af hoe vaak en hoe hij contact met u heeft. Hij houdt ook contact met andere mensen die betrokken zijn bij uw gezin. Bijvoorbeeld met school of de huisarts. Het kan zijn dat er andere hulpverlenende instellingen worden ingeschakeld om uw kind en u te helpen.

 

De kinderrechter legt de OTS op voor ten hoogste een jaar. Tegen het einde van dat jaar bekijkt uw gezinsvoogd met u of een verlenging nodig is. De rechter beoordeelt dit en bepaalt of verlenging nodig is. Voordat de rechter een besluit neemt, kunt u uw mening aan de rechter vertellen. De OTS eindigt in ieder geval als uw kind 18 jaar wordt.